” Het faillissement van het Intellectualisme”.

Het faillissement van het intellectualisme.

Door. A.R. Girbes sr.
29 november 2016.

De huidige crisis laat heel veel “sporen” zien van misstanden, zowel economische, juridische en Politieke, alsook de consequenties van immigratie problemen, waarbij de botsende belangen een zeer  beangstigde rol spelen. Simpel geschreven en kennelijk simpel gedacht. Het is slechts een  summiere opsomming van ” segmenten” waarop de crisis betrekking heeft  in de samenleving en een constatering van  misstanden onder de noemer “Crisis”. Intellectuelen, zoals filosofen, economen, juristen, historici, politici, artsen, waaronder psychiaters, weten geen raad meer hoe “men” de “huidige” crisis kan beheersen én om initiatieven te ontplooien, de crisis ,aan de hand van analyses, een juiste beslissing te nemen en een herstellende koers te gaan varen , ter behoud van natuur, soevereiniteit van staten en/of economische systemen en demografische identiteit. Tot nu toe is er slechts veel geklets en heel veel “retorische muziek”. U denkt waarschijnlijk : “U heeft enkele maten gezongen uit een klaaglied waarin het “lacrimoso” te cerebraal is.”
Neen, ik meen dat het intellectualisme dicht bij een absolute faillissement is gekomen. De wetten van “de natuur” worden op bijna alle terreinen genegeerd en “men” loopt tegen die wetten aan! Enkele voorbeelden zullen U dat duidelijk maken.

Nu er sprake is van “overbevolking” en er dus meer mensen op aarde wonen, (leven) dan ooit te voren ,worden er eisen gesteld aan “de natuur” dewelke  als eis irreëel, dom en vooral onbedacht wordt gesteld, uit het oogmerk van economische vooruitgang, emancipatie en vooral de winst voor de enkeling én  voor ziekelijke machthebbers met megalomane ambities. Daaraan is niet te voldoen en uiterst conflicteren.  De  schade aan habitat wordt  anders onomkeerbaar,  omdat  demografische “facetten” op andere breedtegraden van de Aarde, ieder een eigen natuurlijke fenomeen hebben in de vorm van “menselijke natuur”. Wie denkt die “natuurlijke elementaire dominantie”  te kunnen begrijpen én in hoogmoed deze te willen beheersen is “buitengewoon dom”, zelfingenomen en vooral buitenproportioneel eigenwijs. Immers: de dood ontkennen is even ziekelijk als te menen dat eten onbelangrijk is.

Immers: Er is geen enkel mens gelijk,  ( dat is een “fait accompli” ) met uitzondering van de “kennelijke”   biologische kenmerken, en aldus is het onmogelijk een vast omringend systeem te ontwikkelen welke aan alle natuurwetten kan voldoen. En daarmede is tevens vastgesteld dat er tegenstand te verwachten is als economische en juridische wetmatigheden worden ingesteld met een dwingend karakter. De jurisprudentie is daar enigszins aan tegemoet gekomen omdat interpretatie van die verschillende facetten dat nu eenmaal eist voor het gevoel van rechtvaardigheid. Het rechtvaardigheidsgevoel is zo’n natuurwet. In boeken van het “Staatsrecht” wordt ook gesproken over een ethische achtergrond. Wat onder ethiek moet worden verstaan is juist weer multi-interpretabel. Een gedragscode uit geschiedenis ontstaan en “fatsoen” is daarvan een onderdeel.

Ook daar botst men dus tegen de natuurwetten aan, omdat daarbij de natuurlijke diversiteit eigenlijk ongrijpbaar is. Immers:” er is een gewoonterecht en een geschreven recht. Gewoonterecht is ontstaan uit geschiedenis en geschreven recht is een menselijke opsomming van” rechten en verplichtingen”, vastgelegd in verordeningen/wetten  in algemene zin. Het rechtssysteem. We krijgen dan de, zogenaamde,  gezagsorganen dewelke een gezag vertegenwoordigen waaraan “men” MOET gehoorzamen. Nu, bij de overtollige immigratie is dat door/bij  immigranten  ” gehoorzaamheid”, niet  te realiseren en zijn de ethische en etnische botsingen het uitvloeisel van die eenzijdige en dwingende  regels. Wat is er aan de hand? De scheiding van Kerk en Staat is een onlosmakelijk onderdeel van het maatschappelijke systeem en waarborgt objectiviteit.
Geloofsdiversiteit, en de daaraan  de onverbiddelijk verbonden dogma’s,  heeft een eigen “ongeschreven wet”. Dus, wanneer  is er én wát is onrechtvaardigheid? Zo ziet men dat soevereiniteit ,van landen met ieder een eigen identiteit, noodzakelijk is , omdat  een geografisch demografische ( de diversiteit in menselijk natuur) wet dat eist. Het verschil in/van mensen is heel duidelijk en daarbij benadrukt die diversiteit die noodzakelijke  soevereiniteit.  De “Globalisering” van economische, dus financiële machten, is per definitie uiterst conflicterend. Miljarden mensen zijn dan hun “grip” op het leven volledig kwijt. Het bestaansrecht wordt door economische eenzijdigheid  ernstig aangetast dat onverbiddelijk  zeer fel verzet oproept en vaak dreigend  van karakter is.
Het project “Europa” is daarbij een voorbeeld, dat volledig is mislukt op grond van de ontkenning van een demografische diversiteit.
Hoe “men” ook denkt en welke intellectueel zich verbeeld planmatig én met ambities zijn wil wenst op te leggen aan een groep mensen of groepen mensen, zal op deze diversiteit en daarmede ook op de  niet te veranderen natuurwetten stuiten. (Eigen identiteit is  dus harde noodzaak: bij Globalisering wordt de demografische diversiteit per definitie ontkent.
Het conflict is geboren. Filosofen, economen en juristen zullen zich suf denken om een oplossing te kunnen vinden. Maar…………!
“Dat zal onmogelijk blijken”. Vandaar mijn stelling:” Het faillissement van het intellectualisme”.  ( de consequentie van het niet erkennen van “verscheidenheid”)

Het tweede voorbeeld, is de ” politieke partij dominantie”. Democratie zoals dat is omschreven in een woordenboek en/of in een encyclopedie, is een  omschrijving van benadering voor een rechtvaardigheidstoestand en leefbaarheid (systeem) van een samenleving. In het boek, “De Staatsinrichting van Nederland”, van W.F. Wijthoff, toentertijd secretaris der Gemeente ’s Gravenhage, in 1953, staat op bladzijde 11 het volgende:
“ Het recht moet gezag hebben; dit is alleen mogelijk als rechtvaardigheid in dat recht door het volk erkend wordt”. ( Dit moet eigenlijk op ieder Stadhuis als tekst bij de ingang worden geplaatst)

Verder: “ Het opzettelijk spreken van onwaarheid, de leugen, is volgens de strenge regels van de moraal verboden. In het recht is de leugen echter in het algemeen niet verboden en ook niet strafbaar gesteld behalve bij, in zeldzame gevallen, aanwijsbaar nadeel, waarbij onder bepaalde voorwaarden de aansprakelijkheid van de leugenaar ter zake van die schade wordt aangenomen”.  ( Bewust liegen door politici ontlokt misstanden, frustraties en benadrukt ongeloofwaardigheid)

De schrijver heeft goed begrepen dat “rechtvaardigheid” een conflict mogelijk kan voorkomen als er een “gewoonterecht en een geschreven recht bestaat” om een rechtvaardigheidsgevoel te kunnen voeden.
De huidige onvrede is ontstaan door “uitsluiting ” en het afnemen van gewoonterechten en daarbij de burger geen greep meer heeft op zijn eigen invulling van het leven. De uitsluiting van burgers, van politieke deelneming op bestuurlijk niveau, komt doordat Partij-politieke dominantie ( de partijdiscipline) is gedogmatiseerd met een  vorm van “nepotisme”,  waarbij de partijdiscipline dominant is, de burger  dan per definitie  buiten het politieke spel plaatst. Het gros van Burgemeesters, Commissarissen der Koning, leden van adviesraden en ministeries, bestuurders van publieke omroepen. worden op partijpolitiek gezag benoemd. Het ” Faillissement van het Intellectualisme” is hiermede aangegeven omdat  door de geslotenheid in de politiek  “men” geen “indringers” wenst. ( Een politieke introversie) Het is eigenlijk een “ détournement de pouvoir” van het systeem. Het is niet alleen een “regionaal” probleem, het blijkt dat  de Europese  Elite, de   “integratie van landen in Europa niet democratisch onderbouwd”. De uitsluiting van de burger door de Europese elite, stuit nu op felle tegenstand en veel burgers  zijn inmiddels ” anti Europese Unie”  houding omdat de wet van de menselijke natuur is genegeerd.   De verscheidenheid van mensen en culturen  zijn dus nu zelfs duidelijker  in beeld gekomen, dat juist die diversiteit benadrukt.

Het bestaan, de erkenning, van demografische diversiteit is een kennelijk besef geweest tot het schrijven van dat boek.  Het boek  is van 1953 en toen was er nog geen sprake van immigratie zoal wij dat nu kennen, maar de beweegredenen voor een rechtvaardigheidsverlangen, dat slechts te verwezenlijken is in landen die Souverein zijn.
Nu we met een niet te controleren én onaangepaste bevolkingsgroep zitten opgescheept, zijn de conflicten, door een opgedrongen feit van de “buitenproportionele verscheidenheid” van nationaliteiten,  én door de geografische invloeden op die ( de immigrant) bevolkingsgroep(en), tot uiting komen, en daarbij assimilatie en/of aanpassingen, aan de democratisch constitutionele westerse systemen door die “extreme diversiteit” van immigranten, niet mogelijk is, zéér conflicterend zijn te noemen. De aanslagen op weerloze burgers in  Frankrijk, Engeland en Duitsland zijn daarbij een duidelijk bewijs. Er is geen incivisme bij de immigrant en reciprociteit ontbreekt.
Het westen heeft dus, door een “humaan altruïstische attitude”  én de politiek links intellectuele ambities, geen rekening gehouden met natuurwetten, dewelke betrekking hebben op extreme verschillen in/aan bevolking en hun cultuur, waarbij ook vooral de religieuze stromingen onverenigbaar zijn met die van de westerse ambities . Hier zien we dat ook weer het “Faillissement van het intellectualisme.” Immers: de immigrant vindt geen rechtvaardigheidsgrond dat voldoet aan zijn “natuurlijke eigenheid” in het westen omdat die  westerse gemeenschap hen volledig vreemd is en immigranten “vastgeroest” zitten in/aan hun eigen cultuur.  De conditionering, de gewoonten [ het gewoonterecht) heeft dus een bestaansrecht: immers: bijgelovigheid is een gewoonte dat van generaties op generaties is overgedragen. (Zelfs het goed ontwikkelde Japan dewelke de westerse normen waarden erkent, toch de bijgelovigheid een rol speelt. We kunnen dat plaatsen onder de noemer ‘tradities” . Dat de Japanner denkt dat hij/zij meer seksuele potentie kan krijgen door de vin van dolfijnen te eten, is de grootste onzin, maar desalniettemin  de “traditie”  handhaaft. De demografische diversiteit in optima forma van de tradities.)

Zuiver economische en/of dogmatisch- religieuze verlangens met expansiezucht heeft hen, de immigrant, mogelijk op voorwendselen, door mensenhandelaren,  bewogen naar het westen te komen.
Ook de gehoorzaamheid aan een “hersenschim” is een duidelijk mogelijke oorzaak van etnische conflicten. De menselijke verschillen zijn een natuurlijk fenomeen.
De oplossing van de crises, eist een terugkeerbeleid van kansloze immigranten naar hun moederland, en/of  een kleinschaligheid, de dorpsgemeenschappen, waarbij is sociaal- controle nog aanwezig is, waarmede tevens de natuurwetten worden geëerbiedigd, er zich mogelijk een natuurlijke cohesie bij immigranten  ontwikkeld in de zéér verre toekomst. Maar ik denk ook dat dit een “wishful thinking” is. Immers:  “Gettovorming”  wordt uitgelokt en dat is, per definitie,  een  vorm van “segregatie”,  er dán geen sprake meer is van assimilatie van immigranten in een dorpsgemeenschap.  De enige oplossing is een stevig terugkeerbeleid, desnoods met geweld.

De politieke ambities tot globalisering en machtsconcentraties van banken, multinationals en  vooral bestuurlijke machten, op wereldniveau, waarbij het eenzijdige intellectuele gezag een dominante rol heeft,  is er zeker  geen oplossing van de crisis meer mogelijk, omdat natuurwetten  dan onverbiddelijk conflicterend zijn. Of, een militair gesteunde interventie wél de oplossing kan brengen. De burgeroorlog is dan een feit, en,  lijkt de meest waarschijnlijke, gezien het onvermogen tot integreren en/of volledige aanpassing aan westerse normen en waarden.  Het intellectualisme zal dan zijn status in het faillissement vinden. Het beeld van ” een wereld vol aardige mensen” is niet alleen een irreëel beeld, het is  een psychisch/ intellectuele  tekortkoming met een  duidelijk kenmerkende vorm van “luchtfietserij”. Ook de therapeutische waarde van een droom zal hen, de fantast,  niet helpen. Het Armageddon, de wereldstrijd, is onherroepelijk het gevolg bij ” Globalisering”  en het ontkennen van demografische diversiteit. Bij het ontkennen van die diversiteit is het “intellectualisme” belandt in een moreel faillissement.”  Immers: “cultuurrelativisme” geeft het Intellectuele faillissement juist aan.

Definitie: Cultuurrelativisme.

Cultuurrelativisme wat is de definitie & betekenis

Cultuurrelativisme is het idee dat bepaalde gebruiken in andere culturen niet als schendingen van mensenrechten worden ervaren. Het gaat bijvoorbeeld om vrouwenbesnijdenis of het verbranden van weduwen, maar ook bijv. de doodstraf en lijfstraffen.
Sommige gebruiken worden in een bepaalde cultuur als ‘normaal’ beschouwd omdat ze heel verbreid zijn, door grote groepen van de bevolking worden gesteund, door de overheid worden gesteund etc. Aanhangers van cultuurrelativisme vinden dat men de eigen normen niet aan andere culturen mag opdringen.

Door alle culturen en tradities als ‘gelijkwaardig’ te beschouwen, maak je het echter onmogelijk kritiek te hebben op praktijken die schadelijk zijn voor welzijn en mensenrechten. Culturen zijn nooit eenstemmig: binnen een bepaalde cultuur zijn er altijd mensen die sterk afwijkende meningen hebben, zodat je moeilijk kunt spreken van een ‘Aziatische’ of ‘Chinese’ of ‘Afrikaanse’ opvatting van mensenrechten. Vaak wordt de mening zoals vertolkt door regeringen ten onrechte gelijkgesteld aan de mening die (alle) inwoners van het land zouden delen. En door de toenemende normstelling van internationaal recht wordt een beroep op cultuurrelativisme steeds minder overtuigend en heeft het beginsel van universaliteit de overhand gekregen.

Amnesty erkent dat gemeenschappen hun eigen invulling geven aan omgangsnormen, gebruiken en tradities maar stelt dat inzake de mensenrechten het beginsel van universaliteit altijd voorrang heeft. Zo is het verbod op vrouwenbesnijdenis inmiddels als universeel principe erkend door organisaties, waaronder de VN. Geregeld hebben regeringen zoals die van China, Iran, Maleisië en Indonesië de universaliteit van mensenrechten aangevochten. Ze hebben gepleit voor aanpassing van de Universele Verklaring.

Zo’n aanpassing kwam er niet. Er is alleen bevestigd, o.m. door de VN- Wereldconferentie over Mensenrechten in 1993, dat lokale tradities `in acht moeten worden genomen’.

29 november 2016.

Definitie Intellectualisme.

1. Intellectuele kracht; intellectualiteit.

2. De leer dat kennis wordt afgeleid van de zuivere rede.

3. Ratiocinatie: Verstandig nadenken, redenering en bewijsvoering. ( Is toegevoegd)

Dit bericht is geplaatst in Actueel met de tags , , , . Bookmark de permalink.